Waarom AI-geletterdheid ineens op de agenda staat
AI-geletterdheid duikt de laatste maanden overal op. In LinkedIn-posts, in nieuwsbrieven, in aanbiedingen voor trainingen die als verplicht worden gepresenteerd. Terechte aandacht, al klopt het beeld dat eruit ontstaat niet helemaal. Onder al die berichten ligt namelijk bijna altijd dezelfde vraag:
Moeten wij hier iets mee?
Het korte antwoord is ja. Niet omdat het de nieuwste hype is en niet omdat iedereen plotseling een certificaat nodig heeft. De reden is dat de Europese wetgever AI inmiddels ziet als een technologie met genoeg impact om er aparte wetgeving voor te maken, de EU AI Act. En in die wetgeving staat één uitgangspunt centraal: medewerkers moeten begrijpen hoe zij AI verantwoord gebruiken.
Daarmee is AI niet langer alleen een onderwerp voor innovatie, IT of digitale transformatie. Het ligt nu ook op het bureau van bestuurders, HR, compliance officers en managers. Organisaties die AI inzetten krijgen namelijk de verantwoordelijkheid om medewerkers voldoende kennis en bewustwording mee te geven.
Dat raakt vrijwel iedere organisatie die werkt met Microsoft 365 Copilot, Claude, ChatGPT of andere generatieve AI-oplossingen.
Even de datums en feiten op een rij
Het gaat om Artikel 4 van de AI Act, de AI-geletterdheid. Wie AI inzet, moet ervoor zorgen dat medewerkers voldoende kennis hebben om dat verantwoord te doen. Die verplichting is niet nieuw; het geldt al sinds 2 februari 2025.
Vanaf 2 augustus 2026 mogen toezichthouders beginnen met handhaven. Je ziet daarbij vaak bedragen voorbijkomen van 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, waarbij voor het MKB het laagste van die twee geldt. Die boetes horen bij andere onderdelen van de wet: het onzorgvuldig inzetten van AI bij ingrijpende beslissingen over mensen, en het niet transparant zijn over waar AI in het spel is. Voor AI-geletterdheid gelden deze boetes niet.
Belangrijker dan de vraag wat het risico is, is de vraag die eronder ligt: kun je uitleggen hoe jullie met AI omgaan? Wie het gebruikt, wat er is afgesproken en wat mensen daarover hebben meegekregen. Organisaties die daar een antwoord op hebben, zitten goed. Organisaties die het nog nooit hebben besproken, hebben werk te doen.
Waarom de AI Act ook over mensen gaat
De AI Act is risicogebaseerd opgezet: hoe groter de mogelijke impact van een AI-systeem, hoe strenger de regels die eraan worden gesteld. Denk aan toepassingen in recruitment, zorg, financiële dienstverlening of besluitvorming bij de overheid.
Maar regels voor de systemen dekken niet alles. De meeste risico's ontstaan namelijk niet in de technologie, maar in het gebruik ervan. Medewerkers voeren prompts in, interpreteren antwoorden en nemen beslissingen op basis van wat er terugkomt. Een AI-antwoord dat overtuigend klinkt maar niet klopt, wordt overgenomen. Vertrouwelijke informatie belandt in een publieke tool en zorgt vervolgens voor risico's op het gebied van privacy en informatieveiligheid.
Geen enkele knop of instelling in een systeem lost dit risico op. Daarom staat er in deze wet juist een artikel over AI-geletterdheid binnen organisaties.
Wat de wet níet van je vraagt
De hardnekkigste misvatting gaat over verplichting. Welke training moeten we afnemen? Welk certificaat hebben we nodig?
De AI Act schrijft op dit moment geen opleiding voor. Er is geen Europees examen en er bestaat geen officieel AI Act-certificaat. De wetgever kiest bewust voor flexibiliteit, omdat iedere organisatie AI op een andere manier inzet. Wat past bij een accountantskantoor is iets anders dan wat past bij een bouwbedrijf.
Wat wél wordt verwacht: dat je actief werkt aan kennis en bewustwording, en dat je kunt aantonen dat je dat doet. Die aantoonbaarheid is voor de meeste organisaties het echte werk.
Wat je wel goed kunt vastleggen
AI-geletterdheid betekent niet dat iedere medewerker een AI-expert wordt. Het betekent dat je vier dingen als organisatie op papier hebt staan:
- Welke AI-tools bij jullie worden gebruikt, inclusief de tools die niet als organisatie zijn goedgekeurd
- Welke risico's daarbij horen, zoals vertrouwelijke informatie die naar buiten gaat of output die niemand controleert.
- Wat medewerkers hebben geleerd, en wanneer.
- Welke richtlijn geldt: wat mag wel, wat niet, en waar blijft een mens verantwoordelijk.
Leg ook vast wie hiervan eigenaar is. In het MKB komt dit vaak bij de directie of bij HR terecht en niet bij IT, omdat het over mensen gaat en niet over techniek.
Waar Mr Copilot bij helpt
De meeste organisaties die bij ons aankloppen staan aan het begin. Er wordt al met AI gewerkt, vaak zonder beleid, en niemand weet precies waar te starten.
Daar begint onze M365 Copilot Beginner Training. Geen technisch verhaal en geen juridisch college, maar een praktische sessie voor medewerkers die AI in hun dagelijkse werk gebruiken. Wat kan Microsoft 365 Copilot wel en niet? Waarom klinkt een AI-antwoord soms overtuigend terwijl het niet klopt? Welke informatie deel je wel en welke niet? Na afloop weten deelnemers niet alleen hoe ze AI bedienen, maar ook wanneer ze zelf moeten ingrijpen. Het levert bovendien meteen productiviteit op. Wie weet hoe M365 Copilot werkt, wint er wekelijks uren mee terug en is sneller en efficiënter in zijn of haar werk.
Blijft over: het kunnen laten zien. Daarvoor kun je vanaf nu bij Mr Copilot een bewijs van deelname afnemen, als optioneel onderdeel van de M365 Copilot Beginner Training. Dat bewijs is geen juridisch dekkend document, maar het legt wel vast welke basiskennis iemand heeft opgedaan, en daarmee laat je zien dat je je medewerkers actief meeneemt in verantwoord AI-gebruik.
Wil je als organisatie verder met AI én ben je op zoek naar de juiste vliegroute? Neem dan gerust contact met ons op. We denken graag mee over een aanpak die past bij jullie mensen en jullie manier van werken.